Schrijverslab

Marjolijn van Heemstra, En we noemen hem

Marjolijn van Heemstra onderzoekt de feiten achter een familiegeschiedenis; het verhaal van Bommenneef Frans van Heemstra, die een NSB’er op Sinterklaasavond om het leven liet brengen.

In 2017 won Marjolijn van Heemstra de BNG Bank Literatuurprijs: een oeuvreprijs voor Nederlandse auteurs onder de veertig met twee of meer prozawerken op hun naam. 2018 werd de schrijfster, theatermaker en dichteres genomineerd voor de Libris literatuurprijs voor En we noemen hem.

In haar boek En we noemen hem onderzoekt Marjolijn van Heemstra de feiten achter een familiegeschiedenis; het verhaal van Bommenneef Frans van Heemstra, die een vermeend NSB’er op Sinterklaasavond in 1946 om het leven liet brengen door een bom te laten bezorgen verpakt als Sinterklaascadeau.

Het verhaal ging de geschiedenis in – althans die van de familie van Heemstra – als een heldenverhaal. In de overleveringen wordt er van ‘bommetje’ gesproken. Het krijgt allemaal iets kluchtigs, zo´n verhaal dat onderdeel van het meubilair geworden. Maar Van Heemstra gaat op onderzoek uit en daarin neemt ze je helemaal mee. Het is echt heel goed gedaan.

Goed of fout

Bommenneef Frans heeft ergens op zijn sterfbed de wens uitgesproken om zijn naam door te laten leven in een kind van de volgende generatie. Marjolein erft op haar achttiende de gouden ring van haar verre neef en besluit dat, mocht ze ooit een zoon krijgen, ze hem naar deze oom zal vernoemen. Tijdens haar zwangerschap vormt dit voornemen de aanleiding van een steeds obsessiever onderzoek naar de details en vooral de aard van de bomaanslag die bommenneef vlak na de oorlog pleegde.

Het heldenverhaal van oom Frans begint gaandeweg steeds meer rafelranden te vertonen. Was hij goed of was hij fout. De hoofdstukken tellen af tot de geboorte van haar zoon en tot het vonnis, of haar zoon wel of niet de naam Frans zal dragen.

Het ongemak van de geschiedenis lijkt in het boek samen te vallen met haar lijfelijke ervaring. Hoe meer twijfelachtige feiten er boven tafel komen, hoe ongemakkelijker de schrijfster zich voortbeweegt in haar zwangere lichaam, hoe hoger haar bloeddruk, hoe meer muggen ze in de slaapkamer dood moet slaan, hoe korter de tijd die overblijft om de geschiedenis te achterhalen.

Wanneer er zwangerschapsvergiftiging wordt geconstateerd en de zwangerschap gedwongen moet worden ingekort, komt de schrijfster in tijdnood. Als lezer voel je de druk om op tijd de onderste steen boven te krijgen, maar zie je ook al van verre aankomen dat het uiteindelijk aan zal komen op de keuze van de schrijfster zelf; haar eigen gehechtheid aan het heldenverhaal dat van generatie op generatie is overgeleverd wordt met piepen en knarsen in een ander licht geplaatst, een menselijker licht. In een van de laatste hoofdstukken spreekt ze haar pasgeboren zoon toe:

´Het spijt me dat je op een dag thuis zult komen met de vraag waarom er oorlog is en wie goed is en wie fout, en dat is dan alleen nog maar in het gunstigste geval, als je niet zelf verzeild raakt in het geweld dat wij nu vrezen, het spijt me zo dat jij op een dag misschien de afweging zult moeten maken die ik niet hoefde te maken, nog niet in elk geval, meebewegen of verzetten, het spijt me dat je zult leren dat niemand de eindstreep bereikt met volledig schone handen, dat dit een wereld is waarin we wat goed is relativeren omdat we te veel weten en te weinig durven hopen.´

Terug naar nieuws