In de war met Fenna Riethof´s Scherp onscherp
Een woestijn waar alle rotsformaties op elkaar lijken; dat fucked met je hoofd. Het is ook het decor van het eerste hoofdstuk van Scherp onscherp: de debuutroman van Fenna Riethof.
Scherp onscherp gaat over Louise, een dertiger die worstelt met het maken van keuzes, of meer met de angst om de verkeerde keuze te maken. Ze reist met haar vriend Jut door de VS, tot ze besluit verder te reizen met een ander, bedenkelijker type, Sim.
´Als ze nou eindelijk eens lang genoeg alleen was, alleen met haar gedachten, dan zou er uiteindelijk één gedachte overblijven,´ hoopt Louise daar ergens op een rots in Joshua Tree.
Maar natuurlijk blijft Louise niet alleen in de woestijn tot er maar één gedachte overblijft, of een antwoord op de vragen die haar leven beheersen: Moet ze nou wel of niet verder met Jut, en moet ze dan wel of geen kinderen…
Op het strijdtoneel van haar verwarring, tussen alle rotsformaties in, verschijnt Sim, een complotdenker met een hondje dat Little Tina heet. Misschien is Sim wel de Ware, hoopt Louise, waar haar vader het altijd over had, wanneer Louise met tegenzin en een beetje hoop, toch maar voor een laatste rondje met de hond ging.
´Ook al wist ze nog niets over hem, toch wist ze een paar dingen meteen. Dit was iemand die nooit smeerde en toch nooit verbrandde. Iemand die nooit lachte om aardig over te komen, maar toch nooit meteen als onsympathiek werd beschouwd. Iemand die wetten overtrad, maar nooit een vrouw zou aanranden.´
Riethof brengt haar personages met anekdotische voorbeelden in een keer in beeld. De omschrijving van haar Arie Boomsma-achtige vriend Jut spreekt bijvoorbeeld meteen tot de verbeelding. ‘Ze was soms nog geen vijf minuten weg geweest als ze een onbekende tegen Jut hoorde zeggen: “Ik kom net bij het grafje vandaan. Of Sindsdien eet ik geen inktvis meer.”
Louise belt af en toe met haar moeder voor advies. Haar moeder trekt dan een tarotkaartje of zwaait met een pendel voor antwoorden. Louise vertelt haar moeder niet dat ze alleen is verder gereisd met Sim, en haar moeder vertelt Louise niet dat ze alles al van Jut heeft gehoord. De dynamiek tussen moeder en dochter is op een merkwaardige manier warm en afstandelijk tegelijk.
´Kind,´ zei haar moeder – laat ik het zo zeggen: als jij er niet in gelooft dat het goedkomt, als jij jezelf zit aan te praten dat ze niet bijdraait, dan kan ik je één ding op een briefje geven. En dat is dat ze niet bijdraait. Dan komt het niet goed. What you think is what you get. Zo werkt het universum.´
Oergevoel
Tussen de regels door, is er steeds dat gemis, van haar vader, van iets van houvast. Als complotdenker Sim in de hotelkamer een meltdown krijgt, volgt een scene waarin die geschiedenis en daarmee dat oergevoel van verlatenheid samenbalt:
´Ze had dit gevoel, van alles op alles moeten zetten om niet te smeken, te troosten, te helpen, omdat ze anders een zweepslag zou krijgen, lang niet meer gehad. In haar klonk dat oude luchtalarm, maar ze moest stil blijven zitten. Vliegtuigen die laag overvlogen zouden bommen werpen, maar ze moest stil blijven zitten. Lava stroomde naar binnen en klotste tegen de rand van het bed, maar ze moest stil blijven zitten. Sim had redding nodig, maar ze moest stil blijven zitten.´
Niet lang nadat Sim in staat van waanzinnigheid de hotelkamer is uitgehold, worden op een festival verderop tientallen mensen dood geschoten vanuit het raam van een hotelkamer. De suggestie dat Sim de schutter is, wordt steeds opgeworpen en weer ingetrokken.
Dat doet de schrijfster overigens het hele boek door; suggesties opwerpen en intrekken, waardoor de verwarring van het hoofdpersonage geruisloos op de lezer overgaat. Wie deugt er hier precies, en wie niet?
Het broeierige hotel waar Louise haar verstand niet probeert te verliezen, de apocalyptische leegloop van de anders zo bruisende stad, het draagt allemaal bij aan dit hoogtepunt. Helemaal alleen achtergebleven, vind Louise ergens de moed, om een keuze te maken.
De queeste om het goede te doen, ondanks jezelf; daar is soms een haast fysieke strijd voor nodig en die strijd is mooi uitgewerkt in dit boek met een heerlijk oog voor lullige maniertjes en grappige details.
Vooral in het eerste deel voelt het alsof de scenes helemaal tot wasdom konden komen. In het tweede deel van het boek neemt het tempo toe. Dat heeft plottechnisch een functie, maar er sluipt ook een gehaastheid in die soms ten kosten ging van de originaliteit.
Het werd net iets te veel Hacks meets Lost in Translation met een raisonneur in de vorm van de breed geschouderde Nicholas, die zinnige dingen tegen Louise zegt waardoor zij tot inzicht komt. Een kanttekening in een verder fijn en bruisend debuut.